|
Wet en beleid
Vreemdelingenbeleid
De Vreemdelingenwet 2000, die op 1 april 2001 van kracht werd, heeft tot doel tot een kortere asielprocedure te komen. De asielzoeker die mag blijven krijgt een ‘vergunning voor bepaalde tijd’. Met deze vergunning mag betaalde arbeid worden verricht en de vreemdeling krijgt recht op huisvesting en studiefinanciering. Na vijf jaar volgt een vergunning voor onbepaalde tijd.
De afgelopen jaren is er een politiek en maatschappelijk klimaat ontstaan waarin de nadruk steeds meer wordt gelegd op verplichtingen en sancties ten aanzien van vreemdelingen. Regels worden aangescherpt en de toepassing wordt strenger gecontroleerd. Het beleid is er op gericht de drempel voor toelating in Nederland krachtig te verhogen. Zo wordt gezinsvorming en gezinshereniging voor vreemdelingen alleen onder strengere voorwaarden mogelijk en wordt het leren van de Nederlandse taal en cultuur in het land van herkomst verplicht verklaard.
Het beleid wordt zo krachtig aangescherpt dat internationale mensenrechtenorganisaties zich zeer bezorgd tonen en ook de Raad van Europa de Nederlandse regering oproept om meer recht te doen aan asielzoekers en vluchtelingen.
 |
|
Amir Farokhi is elektrotechnicus.
Hij is afkomstig uit Iran.
Foto: Annemiek van der Wal
|
Opvang van asielzoekers
Het verscherpte toelatingsbeleid heeft vergaande gevolgen voor het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). De drastische daling van de ‘instroom’ leidde tot sluiting van veel asielzoekerscentra. Op 1 januari 2006 verbleven 28.732 personen in de centrale opvang. Sinds 2005 wordt die opvang langs nieuwe lijnen georganiseerd.
In een Terugkeercentrum worden asielzoekers opgevangen vanaf het moment dat zij een eerste negatieve beschikking hebben ontvangen. In die centra gaat het om ‘de organisatie van de terugkeer’.
In een AZC Oriëntatie en Inburgering worden asielzoekers ondergebracht die wachten op een eerste beslissing op hun asielaanvraag en vergunninghouders die wachten op uitplaatsing naar een gemeente.
Voor wie onder de nieuwe Vreemdelingenwet 2000 Nederland binnengekomen is, verloopt de asielprocedure sneller, maar dat geldt niet voor wie nog onder de oude wet valt. Veel asielzoekers werden de afgelopen jaren als gevolg van de sluitende centra gedwongen te verhuizen, vaak diverse keren. Dit was allerminst bevorderlijk voor een snelle inburgering.
Inburgering
Inburgering van vluchtelingen voltrekt zich op grond van de Wet Inburgering Nieuwkomers van 1998. Een nieuwe wet op de inburgering is in voorbereiding en zal mogelijk in 2007 van kracht worden. Doel van de nieuwe wet is te komen tot een meer verplichtend en resultaatgericht inburgeringsstelsel. Het uiteindelijke doel van de verplichte inburgering is: als verantwoordelijke burgers ‘meedoen’ in de maatschappij. Gemeenten krijgen een spilfunctie bij de uitvoering. Zij kunnen aan bijzondere groepen een aanbod doen: “geestelijke bedienaren, personen zonder uitkering of inkomen, veelal vrouwen en uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen’. Gemeenten worden ook verantwoordelijk voor de handhaving van de inburgeringsplicht. Ter voorbereiding op de nieuwe wet is in 2004-2005 in zes gemeenten geëxperimenteerd met het combineren van inburgering en reïntegratie. De Frontoffice Inburgering heeft de ervaringen van deze projecten gebundeld in de brochure Inburgering en reïntegratie.
|
|